Wuiven op NPO1

Gistermiddag was onze penningmeester, Bart Nefs, in de uitzending van De Taalstaat op NPO Radio 1. Bart had een ‘vergeetwoord’ ingediend en mocht dat toelichten: wuiven. Bart had het woord ingediend naar aanleiding van Anton van Duinkerkens gedicht ‘De Wuivende’. Via onderstaande link is het radiofragment terug te luisteren:

https://www.nporadio1.nl/de-taalstaat/onderwerpen/68233-2020-11-21-het-vergeetwoord-wuiven

Eerder schreef Bart een artikel over ‘De Wuivende’. Dat vindt u hier.

Stichting Anton van Duinkerken NU en de RABOCLUBSUPPORTactie

Voor het tweede jaar nemen we deel aan de RABOCLUBSUPPORT. Vorig jaar hadden we een opbrengst voor onze stichting van € 185,00. Een mooi bedrag, maar dit jaar mikken we op wat meer. Dat hangt echter helemaal af van het aantal stemmen dat de leden van de Rabobank Het Markiezaat op onze stichting gaan uitbrengen! En misschien dus ook van u. We rekenen graag op uw steun in de vorm van 2 stemmen op onze stichting.

Ieder lid van de Rabobank kan vanaf vandaag 5 stemmen uitbrengen op de aangemelde clubs. Men mag maximaal 2 stemmen uitbrengen op eenzelfde “club”. Dus hopen wij dat u tweemaal stemt op Stichting Anton van Duinkerken NU; de overige stemmen kunt u uitbrengen op een andere vereniging of stichting.

Hoe en waar kunt u uw stem uitbrengen?

Stemmen is mogelijk via de RABO App. Heeft u geen RABO App? Dan kunt u ook gebruik maken van de unieke stemcode die u heeft ontvangen in een brief van de Rabobank. Hiermee kunt u stemmen via www.rabo-clubsupport.nl/stemcode. Met uw code kunt u inloggen. U vindt onze stichting makkelijk door te zoeken op ‘Anton’. Hier kunt u uw stem op onze stichting uitbrengen (het liefst tweemaal natuurlijk). En uiteraard kunt u daar ook lezen wat we als bestuur met de opbrengst van plan zijn.

Bij voorbaat heel hartelijk dank voor uw stem(men) en steun voor onze stichting!

Eigen Brabantse herinneringen naar aanleiding van Van Duinkerken en een linosnede

Onlangs plaatsten we een stuk over Anton van Duinkerken als onderwerp in het werk van de Bergse kunstenaar Fons Gieles. Eén van die werken was de lino De Koewachter, waarvoor Gieles inspiratie vond in Van Duinkerkens beschrijving van de Sint-Josephstraat in zijn Brabantse herinneringen (1964). Dit was weer aanleiding voor Jeroen de Wit, een van de Vrienden van Anton, om een stuk te schrijven over zijn eigen herinneringen aan deze straat. Zijn notitie laat zien hoezeer dit stukje van de Bergse binnenstad door de jaren heen is veranderd.

De oudste jongen van bij-ons-over was koewachter. Ik heb hem om dit vak benijd. Hij droeg, dertien of veertien jaar oud, een donkerblauwe kiel en een zwarte luifelpet. Hij liep met een dunne stok achter de koeien aan, als ze ’s avonds naar de stallen kwamen. Dit was tot daaraan toe, doch hij bezat een koehoorn, waarop hij toeteren kon. Dan riep hij met golvende zangstem, zodra hij met zijn vee de hoek van de Stationstraat naar de Sint Jozefstraat omsloeg: ‘Loeie, loeie, loeie, daar zijn de koeien, loeie loeie, la, De koeien zijn daar!’. Op dit signaal gingen de stalpoorten open bij zijn vader, de Nul Verdult, en bij-ons-naast, bij de Trui Franken, want er woonden vijf koeien in onze straat en drie in de Wassenaarstraat.

Aldus schrijft Anton van Duinkerken (pseudoniem van professor Willem Asselbergs) in zijn autobiografische werk Brabantse Herinneringen (1964). De Bergse kunstenaar Fons Gieles (1924-1995) maakte bij het fragment een linosnede en stelde de plek ietwat fantaserend (of zo je wil romantiserend) agrarischer voor dan deze ooit geweest is. Want de Sint-Jozefstraat was wel een straat met aaneengesloten huizen, en geen losstaande boerderijen.

Fons Gieles, De koewachter (1979), collectie familie Gieles.

Willem Asselbergs werd geboren op 2 januari 1903 in Bergen op Zoom. Zijn ouderlijk huis stond in de Sint-Jozefstraat. Een straat waar ik als kind in de jaren zestig dagelijks twee keer vice versa doorheen liep om naar school te gaan. Een straat waaraan je de geschiedenis van de veranderingen in de Brabantse samenleving kunt aflezen, iconisch voor de omschakeling van een agrarische naar een industriële samenleving en van een kerkelijke omgeving naar een geseculariseerd winkelgebied.

Van Duinkerken geeft een beschrijving van een stukje Bergen zoals ik het nog enigszins heb gekend. De straten die hij noemt, volgden het patroon van de gesloopte stadswallen, en vertoonden in de jaren zestig nog de restanten van agrarische arbeid en industriële nijverheid. De Wassenaarstraat en Sint-Jozefstraat lagen op het terrein van de gesloopte vestingwerken van het stadje en daar woonden toen nog hoveniers. In de Wassenaarstraat hadden die ook hun winkeltjes, sommige groenten kwamen zo van het land. Omdat al die hoveniers Franken en Nuijten heetten, Musters of Verdult (‘daar wordt een half telefoonboek mee gevuld’ rijmde een carnavalsliedje), droegen ze allemaal bijnamen, zoals de ´kattenaaier´ en de ´Boeboe´, waar je toen twee kroppen sla voor een kwartje kon kopen. De Stationsstraat, die haaks ligt op deze straten, vormt de verbinding van de stad naar het station met zijn rijzige herenhuizen, die mede door toedoen van de overgrootvader van Willem, een invloedrijke industrieel, gebouwd zijn, en waar hijzelf in het midden woonde in een pand met de voornaamheid van een paleis.

De Sint-Jozefstraat draagt zijn naam naar het rectoraatskerkje Sint-Joseph, in de volksmond beter bekend als het Smitskerkske dat daar lag, een hulpkerkje van de Maagdkerk. Daarachter lag De Vetpan, zoals het complex in de volksmond heette, waarom weet ik eigenlijk niet: een groot gebouw van de Jozefgezellenvereniging, een soort patronaat geïnspireerd op het werk van de Duitse priester Adolf Kolping met als doelstelling om jongemannen boven de 17 jaar een ‘godsdienstzedelijke, sociale en culturele opvoeding’ te geven. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd het grotendeels verwoest door een V-1; in mijn kindertijd was het een ruïneus complex. De Harmonie ‘Kolpings Zonen’, de Sjefkes in de volksmond, genoemd naar de Jozefparochie, repeteerde nog lange tijd in het Smitskerkse en in mijn tijd had ook de verkennerij daar nog een ruimte, bereikbaar via De Vetpan.

Aan de overkant lag de melkfabriek van de Wouwsche Coöperatie die doorliep tot in de Koevoetstraat waar een melkwinkeltje was. Liep je rechtdoor in de Sint-Jozefstraat, voorbij het urinoir, later stond er een friettent, dan kwam je in de Kloosterstraat, alwaar de scholen stonden van de nonnen (Franciscanessen van Roosendaal, oorspronkelijk een Franse orde) en waar ik bij soeur Fernanda de Montessori-kleuterklas deed. Jongens konden daar trouwens alleen terecht voor de kleuterschool; op veilige afstand van de meisjes was de jongensschool gevestigd van de Broeders van Huijbergen, waar ik mijn lagere school volgde.

Van Duinkerken vertelt dat zijn grootvader tijdens zijn geboorte in de kerk zat. De trotse vader, een bierbrouwer, stond hem op te wachten bij het uitgaan van de kerk en riep hem uit de verte toe: ‘Er is een nieuwe brouwer!’ ‘Dat treft’, sprak de oude man, ‘ik heb gisteren een nieuwe brouwerij voor hem gekocht!’. Dat was duidelijk bedoeld als een grap. Het betrof de oude suikerfabriek ‘De twaalf apostelen’ die rijp was voor de sloop. ‘Het enige plezier dat ik ooit van mijn eigen fabriek beleefd heb, is dat ik er de schoorsteen van heb mogen neerhalen’, meldt Van Duinkerken. De naam van die fabriek verraadt ook wat Brabantse -prozaïsche- humor. Het was zeker geen katholieke fabriek, maar de geldschieters waren bij de oprichting twaalf in aantal geweest! Deze fabriek heeft gestaan in de Bredasestraat, zo ongeveer tegenover waar ik woonde. In die straat was, als vervanging van het Smitskerkske, in 1913 de Sint-Jozefkerk gebouwd door de illustere bouwpastoor J. A. Jooren die zijn geld wel wist te vergaren bij de familie Asselbergs. Mijn moeder was een van de eerste dopelingen van de nieuwe kerk.

Sint Josephplein en -straat aan het begin van twintigste eeuw. Achteraan de Sint Josephkerk uit 1913 en uiterst rechts is ’t Smitskerkske te zien (collectie Foto Archief Bergen op Zoom).

Bergen op Zoom ging mee in de vaart der volkeren. Het hulpkerkje was in de jaren zestig nog een houtopslagplaats, tot het plaats maakte voor de Rabobank. Op de plaats van het patronaatsgebouw kwam begin jaren zeventig de Lucernaflat: op de begane grond C&A en daarboven een lelijke veertien verdiepingen tellende hoge kantoorflat, een doorn in het oog van de bevolking en een mislukt speculantenproject, want er waren geen bedrijven te vinden die er hun kantoor in wilden vestigen. Op de plaats van de melkfabriek kwam de Hema. Zo viel van lieverlee de hele Sint-Jozefstraat ten prooi aan de uniforme winkelnering van Kruidvatten-en-Xenossen.

De nonnenschool, de broederschool, de parochiekerk: ze gingen allemaal één voor één tegen de vlakte. Alleen het Heilig-Hartbeeld staat nog eenzaam op het Pastoor Joorenplein, met als opschrift Regi suo cives: ‘De burgers aan hun Koning’. Mijn schoonzus fietste met haar zoontje-van-pakweg-vijf achterop langs dit beeld. ‘Wie is die meneer?’, vroeg hij. Dat was nou niet de juiste plek en omstandigheid voor een catechese aan haar kind die zij bovendien niet gelovig wilde opvoeden. ‘Dat vertel ik je nog wel eens…’ Even was het stil achter haar. En toen een stemmetje: ‘Ik denk dat het Jezus is…!’.

Een laatste restantje. Alleen de straatnamen en een beeld waarvan bijna niemand nog de betekenis kent, herinneren aan een idyllisch Roomsch verleden…

Jeroen de Wit

Anton van Duinkerken in het werk van Fons Gieles

Het is dit jaar 25 jaar geleden dat de Bergse kunstenaar Fons Gieles (1924-1995) overleed. In Bergen op Zoom zullen velen hem nog kennen als leraar tekenen en schilderen aan het Mollerlyceum. Gieles en Van Duinkerken hadden opvallende overeenkomsten: beiden kunstenaar met een terugkerend katholiek signatuur in hun werk en allebei maatschappelijk betrokken. Gieles was goed bekend met het werk van Van Duinkerken, waardoor het niet zal verwonderen dat Van Duinkerken zelf enkele malen terugkeert als onderwerp van zijn werk.

Dit gebeurt voor het eerst in 1959 met het schilderij ‘De dood van Jan IV van Glymes op reis naar Spanje 1567’. Dit schilderij is geïnspireerd door Van Duinkerkens gedicht Jan van Glymes, waaruit het volgende citaat:


Te meimaand toog Jan de Vierde van Glymes
Met Montigny samen naar Spanje.
Zijn doodsbericht kwam in de hoog-zomer binnen,
’t Ontroerde de Prins van Oranje,
Zijn bezit werd door Alva gesequestreerd
En daarna door de Staten genomen.
Zijn volk bleef aan Nederland trouw met de trouw,
Waarmee het gehecht is aan Rome.

Fons Gieles, De dood van Jan IV van Glymes op reis naar Spanje 1567 (1959), collectie Carien Gieles.

Twintig jaar later haalt Gieles zijn inspiratie uit Van Duinkerkens Brabantse herinneringen (1964) . Het betreft een passage uit zijn beschrijving van de Sint-Josephstraat in Bergen op Zoom, waar zijn geboortehuis stond:

De oudste jongen van bij-ons-over was koewachter. Ik heb hem om dit vak benijd. Hij droeg, dertien of veertien jaar oud, een donkerblauwe kiel en een zwarte luifelpet. Hij liep met een dunne stok achter de koeien aan, als ze ’s avonds naar de stallen kwamen. Dit was tot daaraan toe, doch hij bezat een koehoorn, waarop hij toeteren kon. Dan riep hij met golvende zangstem, zodra hij met zijn vee de hoek van de Stationsstraat naar de Sint Jozefstraat omsloeg: ‘Loeie, loeie, loeie, daar zijn de koeien, loeie, loeie, la, De koeien zijn daar!’ Op dit signaal gingen de stalpoorten open bij zijn vader, de Nul Verdult, en bij-ons-naast, bij de Trui Franken, want er woonden vijf koeien in onze straat en drie in de Wassenaarstraat.

Gieles gebruikte deze beschrijving voor de lino die hij in 1979 als nieuwjaarswens verzond. Het werk draagt dan ook de titel ‘De koewachter’.

Fons Gieles, De koewachter (1979), collectie familie Gieles.

In 1984 volgt ‘De boerenmaaltijd’, waarop een impressie wordt gegeven van de boerenmaaltijd tijdens de vastenavend in Bergen op Zoom. Aan het hof van prins Wannes I (Jan van Giels) zijn verschillende bekende Bergenaren te zien, waaronder Anton van Duinkerken die prominent op tafel zijn rede uitspreekt.

Fons Gieles, De boerenmaaltijd (1984), collectie erven Jan van Giels.
Fons Gieles, voorstudie van Anton van Duinkerken voor ‘De boerenmaatijd’ (1984), collectie familie Gieles.

Gieles had ook een eigen blad, getiteld De Vreugdebloem. Het had een katholiek karakter en werd door Gieles zelf geschreven en in een oplage van circa 300 exemplaren verspreid. In de jaren tachtig wijdde Gieles ook in De Vreugdebloem tweemaal een artikel aan Anton van Duinkerken. In 1984 betrof het een stuk over zijn heeroom Dorus, met wie Van Duinkerken een speciale band had en in 1986 schreef hij een artikel over het dagblad De Tijd en Van Duinkerkens redacteurschap daarbij.

De hier getoonde werken zijn terug te vinden op www.fonsgieles.nl. Op deze website zijn ruim 800 werken uit Gieles’ oeuvre samengebracht en (voorzien van een beschrijving) digitaal ontsloten. Ook kunt u er meer lezen over zijn leven als kunstenaar, leraar, ontwerper, activist en gelovige.

Met dank aan Paul Gieles voor informatie over Anton van Duinkerken in het werk van zijn vader en de familie Gieles voor het gebruik van de afbeeldingen.

BAS-cursus over Anton van Duinkerken

In het cursusprogramma 2020-2021 van de Bergse Actieve Senioren is een module opgenomen over Anton van Duinkerkens leven en werk. De module wordt op 18 en 25 november 2020 gegeven van 14.00-16.00 uur door Pieter Huijgens en Michiel Besters (bestuursleden van Stichting Anton van Duinkerken Nu). Tijdens de cursus zullen zij spreken over belangrijke periodes in zijn leven en zijn meest voorname werken uitlichten. Ook zal een selectie van zijn dichtwerk worden besproken.

Kijk op de website van de BAS voor meer informatie over de cursus ‘Anton van Duinkerken: zijn leven en werk’: www.basboz.nl

Stichting Anton van Duinkerken Nu bestaat 1 jaar

Enkele grepen uit het eerste jaar van Stichting Anton van Duinkerken Nu

Vandaag is het precies een jaar geleden dat Stichting Anton van Duinkerken Nu officieel werd opgericht in Van Duinkerkens geboortestad Bergen op Zoom. Het beoogde doel daarbij was de bekendheid van het leven en werk van Anton van Duinkerken te bevorderen en de actualiteit ervan te onderzoeken.

Inmiddels zijn we een jaar verder en hoewel we ons nog altijd een jonge stichting noemen zijn we trots op wat we bereikt hebben. Met een vijfkoppig bestuur zien we ons gesteund door een waardig comité van aanbeveling en extern adviseur. Inmiddels telt de stichting al ruim 40 vrienden van Anton, die ons werk ook een financieel warm hart toedragen.

In het eerste jaar van ons bestaan hebben we onze stichting en Van Duinkerkens leven en werk op meerdere manieren op de kaart gezet. In november 2019 vond onze eerste publieksbijeenkomst plaats rondom Van Duinkerkens verzet tegen het nationaalsocialisme en in februari van dit jaar hadden we onze tweede bijeenkomst over Van Duinkerkens bijdrage aan de Bergse vastenavond, die gepaard ging met een tentoonstelling. In maart volgde een themanummer van De Waterschans, die geheel in het teken van Anton van Duinkerken stond.

Voor het komende jaar gaan we met hetzelfde enthousiasme verder om het leven en werk van Anton van Duinkerken verdere bekendheid te geven. Houd deze website in de gaten voor toekomstige activiteiten of word vriend van Anton en word altijd uitgenodigd!

Het gedicht ‘De Wuivende’ in een actuele context

Vorige week maakte minister Hugo de Jonge bekend dat de bewoners van zorg- en verpleeghuizen geen bezoekers meer mogen ontvangen. Ook voor partners, kinderen en andere geliefden geldt dit verbod, wat ondanks dat er begrip bestaat voor de genomen maatregel, tot veel verdriet heeft geleid.

De bewoners zullen zich afgesloten voelen van de gewone wereld, die op dit moment ook weer niet zo gewoon is, integendeel. Er moest plotseling min of meer afscheid van elkaar genomen worden. Toen ik van deze maatregel hoorde moest ik denken aan een gedicht van Anton van Duinkerken.

Van Duinkerken werd tijdens de Tweede Wereldoorlog op 4 mei 1942 aangehouden vanwege zijn in de ogen van de bezetter subversieve activiteiten. Hij werd gegijzeld en afgevoerd naar het kamp Beekvliet in Sint Michielsgestel en daarmee ook afgesloten van zijn gezin en de buitenwereld. Van Duinkerken was toen 39 jaar, getrouwd met Nini Arnolds en samen hadden zij zes kinderen. Het gezin woonde in Amsterdam.

De katholieke Van Duinkerken schreef veel tijdens zijn gijzeling in Sint Michielsgestel en de helft van zijn brieven kunnen beschouwd worden als liefdesbrieven. Op 7 juli 1942, dus na drie maanden, diende hij een verzoek in om zijn vrouw te mogen ontvangen en tot zijn grote vreugde werd toestemming verleend voor een bezoek. Aan Nini worden ‘vijf volle uren’ toegestaan: op dinsdag 22 juli, van ’s morgens halftwaalf tot ’s middags halfvijf.

De dag na het bezoek van zijn vrouw vereeuwigde Van Duinkerken zijn vrouw in een gedicht: De Wuivende. Het schildert haar zoals zij, na het vertrek uit het kamp, te voet langzaam uit zijn ogen verdwijnt terwijl zij de weg door de korenvelden neemt , terug naar het station in Den Bosch, zwaaiend met haar zakdoek, steeds kleiner wordend aan de horizon.

De Wuivende

Mijn vrouw is de wuivende, die met haar zakdoek
in ’t licht langs het korenveld gaat.
Zij zendt mij een uiterste teken van liefde
nu zij mij, gedwongen, verlaat.

Wie weet voor hoelang zij vertrekt? Ik blijf eenzaam
doch jubel slaat op in mijn bloed.
Ik voel mij niet langer gevangen; rondom mij
is alom haar wuivende groet.

Mijn God in de hemel, die ’t ziet, en die weet
hoe ik nooit voor mijzelven iets vroeg
– Al wat gij mij gaaft heb ik dankbaar aanvaard
En Gij gaaft mij geluk genoeg! – 

Verhoor voor vandaag en de rest van mijn leven
één enkele bede van mij:
Dat altijd mijn vrouw als uw teken van liefde
voor mij deze wuivende zij.

Haar simpel bewegen der hand bij haar afscheid
zond mij het geheim tegemoet,
Waarom Gij uw engel zijn boodschap liet zeggen
Beginnende met ‘Wees Gegroet’!

Want al wat beweegt, hier op aarde, in de zee
langs uw hemelen vol heerlijkheid 
Is niets dan een wuivende groet aan de ziel
om te zeggen, hoe goed Gij zijt.

Wie God wil begrijpen die heeft niet genoeg
aan ons vorsende mensenverstand.
Hij ziet naar het dansen van sterren en golven
en ’t wuiven der dierbaarste hand.

Al wat ik geloof en belijd vat ik samen
in deze, mijn opperste wet:
Mijn ziel zij een wuivende groet aan mijn God
want ik heb geen volmaakter gebed.

Mijn ziel zij een riet aan de stroom der genade
en een wuivende golfslag, die spoelt
Langs de zoelheid der kust, en een graanveld in zon,
dat de tocht van de zomerwind voelt.

Mijn ziel zij gelijk aan de ziel van de vrouw
die mij toezond uw godlijke groet
Want zij is de wuivende, die Gij mij gaaft
en ik dank U, het leven is goed.

Uit alles in dit gedicht blijkt de grote liefde voor zijn vrouw. Daarnaast geeft de katholieke Van Duinkerken blijk van zijn rotsvaste vertrouwen in God. Dit alles speelde in 1942, midden in de oorlog, en Van Duinkerken was bang dat hij de gehele oorlog opgesloten zou blijven. Gelukkig kwam hij op 18 december1942 alweer vrij. Zijn gevangenschap duurde dus ‘slechts’ zeven maanden, maar dat was in juli nog niet te voorzien.

De ‘gevangenschap’ van onze geliefden in een verpleeg- of verzorgingshuis is nog maar net begonnen en we weten ook niet hoe lang die zal duren. Hopelijk geen zeven maanden. Verder gaat de vergelijking met Van Duinkerken ook niet helemaal op. Van Duinkerken was in mei 1942 nog jong (39), krachtig en gezond. Onze geliefden in de zorginstellingen zijn meestal veel ouder en behoren tot een kwetsbare bevolkingsgroep.

Maar toch kan enige troost en bemoediging worden gevonden in de woorden van De Wuivende. En één ding maakt het gedicht ons heel duidelijk: vooral door de LIEFDE blijf je met elkaar verbonden.

Door Bart Nefs.

Anton van Duinkerkenwandeling op Koningsdag

Vanwege de maatregelen die de overheid heeft getroffen tegen de verspreiding van het coronavirus, heeft het Oranje Conité Bergen op Zoom gecommuniceerd dat de activiteiten op Koningsdag dit jaar geen doorgang zullen vinden. In overleg met Stadsgidsen Bergen op Zoom is besloten de Anton van Duinkerkenwandeling te verplaatsen naar Koningsdag 2021. Meer nieuws volgt tegen die tijd.

Op Koningsdag 27 april 2020 organiseren het Oranje Comité, de Stadsgidsen Bergen op Zoom en Stichting Anton van Duinkerken Nu een speciale Anton van Duinkerkenwandeling. Onder vakkundige begeleiding van SBM stadsgidsen wordt een route door het centrum van Bergen op Zoom afgelegd langs locaties die een belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van Anton van Duinkerken. Gedurende de wandeling wordt er aan de hand van de bezochte locaties verteld over het leven en werk van Anton van Duinkerken en zijn band met Bergen op Zoom. De wandeling start met een oranjebitter om de verjaardag van de koning te vieren en sluit af met een drankje in café Het Zwijnshoofd.

De wandeling vertrekt om 11:30 en 14:00 uur en start bij het standbeeld van Anton van Duinkerken op de Grote Markt. Per tijdstip kunnen maximaal 40 deelnemers meelopen. Meld u zich dus snel aan, want vol is vol! Aanmelden kan het aanmeldformulier. Of via VVV Brabantse Wal zodra deze weer open is, op locatie (Steenbergsestraat 6) of telefonisch (0164-277482).

Kaarten kosten €5,- (incl. consumpties). De betaling kan worden voldaan voorafgaand aan de wandeling op 27 april 2020.

Een gouden momentje met Toon

Prins Nilles III brengt een saluut aan Toon van Duinkerken.

Op zondag 2 februari vond de publieksbijeenkomst ‘Rommetom Anton’ plaats in een bomvolle kleine zaal in Den Enghel. Pieter Huygens sprak over de band tussen ‘Toon’ en de Bergse vastenavend. Bernard Asselbergs (de jongste zoon van Anton van Duinkerken) vertelde levendig over het belang van carnaval voor zijn vader. En Prins Nilles III bracht een saluut bij het beeld op de Grote Markt, een eerbetoon aan Toon als wegvoorbereider van de Bergse vastenavend. Omdat de Prins de bijeenkomst tot een van de ‘gouden momentjes’ rekent van zijn afscheidstournee dit jaar, reikte hij een gouden neus uit. Eentje voor het beeld en eentje voor de zoon van Toon. Een eervolle afsluiting van een mooie middag!

Prins Nilles III en Bernard Asselbergs met gouden neus bij het standbeeld van Toon van Duinkerken.

Dertigste vriend van Anton

Stichting Anton van Duinkerken Nu heeft Janno den Engelsman mogen verwelkomen als dertigste vriend van Anton. Om deze mijlpaal te vieren hebben we Janno in het zonnetje gezet met een Anton van Duinkerkengoodiebag!

Ook vriend worden? Dat kan al vanaf €15 per jaar! Aanmelden kan via het formulier. Vrienden kun je immers nooit genoeg hebben.